Hoe werkt het Nederlandse watersysteem?
Nederland staat bekend als waterland. Denk aan dijken, polders en waterleidingen: allemaal onderdelen van het fysieke domein. Hierachter gaat een complex systeem schuil. Waterschappen, drinkwaterbedrijven, provincies, gemeenten, ministeries, natuurbeheerders, kennisinstellingen en watergebruikers hebben allemaal een eigen rol. De taken van spelers en de geldstromen tussen hen zijn ingebed in wetten en beleid. Zó werkt water in Nederland brengt die onderdelen én de factoren die druk uitoefenen op dit systeem voor het eerst samen in één toegankelijk en feitelijk naslagwerk.
Overhandiging
Fabriekers Josefien Meerevoort en Ipo Kok en voormalig fabrieker Talitha Koek maakten het boek met vijftien partners en ruim zeventig deskundigen uit de waterwereld. Het boek werd op dinsdag 1 september in ontvangst genomen door Jaap Slootmaker, directeur generaal Water en Bodem bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en Marjolein Jansen, directeur generaal Ruimtelijke Ordening bij het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Jansen sprak de hoop uit dat het boek ook zijn weg vindt naar nieuwkomers in de sector.
„Mensen die beginnen in de watersector zouden een boek als Zó werkt water goed kunnen gebruiken.”
Waarom is Zó werkt water in Nederland gemaakt?
Onze omgang met water roept grote maatschappelijke vragen op. Hoe gaan we om met vaker voorkomende droogte en wateroverlast door klimaatverandering? Hoe zorgen we voor voldoende schoon water? En welke ruimte geven we water in een land waar ook woningen, landbouw, natuur en infrastructuur een plek moeten krijgen?
Een goed gesprek over zulke vragen begint een stap eerder: bij weten hoe het eigenlijk nu zit. Dat is het uitgangspunt van onze boekenreeks Zó werkt … in Nederland. Eerder schreven we deze boeken over energie en de zorg. Samen met organisaties en experts die een systeem van binnenuit kennen, brengen we de belangrijkste feiten bij elkaar en maken we samenhang zichtbaar.
Het boek schrijft daarom niet voor hoe het Nederlandse watersysteem er in de toekomst uit zou moeten zien. Het brengt feiten en vastgesteld beleid bij elkaar. Zo ontstaat een gedeelde kennisbasis voor gesprek over hoe het beter of anders moet.
Minister Karremans benadrukt het belang hiervan in zijn voorwoord. De opgaven rond water worden volgens hem groter door onder meer klimaatverandering en bevolkingsgroei.
„Goede oplossingen vragen ruimte en begrip voor wat er op het spel staat en wie daaraan werkt. Dat begrip begint met kennis.”
Wat zet het Nederlandse watersysteem onder druk?
Die opgaven stonden ook centraal tijdens de lancering. De 130 aanwezigen kregen een aantal factoren uit het boek voorgelegd die druk uitoefenen op het watersysteem. In drietallen bespraken ze wat ze vanuit hun eigen rol kunnen doen om die druk het hoofd te bieden en wie of wat ze daarbij nodig hebben.
Daarna gingen Lidwin van Velden (Nederlandse Waterschapsbank), Has Bakker (provincie Utrecht), Noa Maria Hartog (Vewin), Maarten Ouboter (Waterschap Amstel, Gooi en Vecht) en Roberta Hofman (KWR) met elkaar in gesprek. De vraag was niet alleen wat er misgaat, maar vooral wat nodig is om daarop te handelen. Van Velden vatte dat samen als „een integrale blik en bestuurlijk lef”. Bakker wees op de stap die daarop moet volgen. Nederland is volgens hem goed in overleg en crisisbeheersing, maar moet nu „van praten en overleggen naar doen”.
Dat die keuzes nodig zijn, blijkt bijvoorbeeld bij de drinkwatervoorziening. „De waterkwaliteit loopt terug, waardoor meer inspanningen nodig zijn om water te zuiveren. We lopen met drinkwater tegen de grenzen van het systeem aan”, zei Hartog. Hofman liet zien hoe droogte die druk verder vergroot. Bij lagere rivierafvoeren neemt de concentratie van vervuilende stoffen in het oppervlaktewater toe, waardoor het moeilijker wordt om water te zuiveren.
Ook de tijdshorizon speelt een rol. Ouboter waarschuwde dat de aandacht te vaak naar de korte termijn gaat. „We zijn in het hier en nu gericht op de korte termijn en hebben te weinig aandacht voor de lange termijn.” Besluiten moeten volgens hem daarom niet bij woorden blijven. Keuzes moeten consequenties hebben: „Niet alleen pratend, maar ook handelend.”
Een heel andere uitdaging is het vinden van voldoende mensen om aan die opgaven te werken. Hofman wees op het afnemende aantal studenten dat voor water kiest. Haar oproep: „Laat jonge mensen zien hoe leuk het is: de wondere wereld achter de kraan.”
Dat vertegenwoordigers uit zulke verschillende delen van de waterwereld samen aan tafel zaten, past bij de totstandkoming van het boek. Ook Zó werkt water in Nederland brengt kennis uit verschillende delen van de sector bij elkaar om zichtbaar te maken hoe het Nederlandse watersysteem als geheel werkt.
Wij wensen je, mede namens de vijftien partners, veel leesplezier met Zó werkt water in Nederland.