Regels zijn net als spullen: soms moet je opruimen
“Politiek is vechten.” Afzender: Mariëtte Hamer. Het staat op een tegeltje in haar kantoor. Toch klinkt in haar lessen over De Grote Vereenvoudiging vooral een warme, constructieve toon. “We moeten omgaan met regels zoals je dat thuis met spullen doet. Als je veel boeken koopt, moet je af en toe door je boekenkast gaan, herordenen én er een aantal wegdoen.”
In de interviews en podcasts die ik van je heb teruggeluisterd, valt me op dat je direct kunt zijn zonder dat het hard wordt. Als iemand met een politieke spin komt, of het gesprek een bepaalde kant op probeert te duwen, zeg je bijvoorbeeld: “Jij en ik lopen allebei lang genoeg mee om te weten dat dát ons niet verder brengt.” Herkenbaar?
“Ha! Wat leuk. Mensen om mij heen zeggen soms dat ze iets van mij hebben geleerd, terwijl ik dat zelf niet doorhad. Ik heb natuurlijk veel onderhandeld in mijn carrière. Daardoor weet ik dat je goed moet luisteren en precies moet begrijpen wat de ander wil. Tegelijkertijd moet je zelf ook heel goed weten wat je wilt bereiken. Pas dan kun je samen op zoek naar oplossingen. Het draait toch altijd om het algemeen belang: uiteindelijk wil iedereen tevreden de deur uitlopen met een resultaat waar Nederland iets aan heeft. Dat is hoe ik mensen met elkaar om tafel krijg.”
Hoe staat het volgens jou met de regeldruk in Nederland?
“Je kunt er denk ik op twee manieren naar kijken. Aan de ene kant hebben we regels nodig. Zonder regels zouden we een ongecoördineerde samenleving krijgen, dus dat zou nergens op slaan. We zijn een rechtsstaat en het is belangrijk dat mensen en organisaties zich aan wetten en regels houden. Aan de andere kant wordt juist het telkens toevoegen van regels een probleem. We zouden vaker moeten kijken of het systeem van regelgeving op een bepaald terrein zelf nog wel deugt.”
Een voorbeeld?
“27 jaar geleden ging ik, zwanger, de Tweede Kamer in. Toen hield ik mij al bezig met kinderopvang. Het zou gratis worden, toen toch niet. Nu lijkt het vanaf 2029 eindelijk te gaan lukken. Met nadruk op lijkt, want een week later lees je dat het voor lagere inkomens minder goed uitpakt dan voor hogere inkomens. Je voelt de discussie dan alweer aankomen.
Die discussie voeren we al sinds begin deze eeuw, toen de SER het systeem van kinderopvang al onderzocht. Als we toen de financiering van de kinderopvang hadden herzien, dan hadden we gekozen voor een systeem dat meer op onderwijs lijkt. Daar financiert de overheid aan de voorkant, in plaats van ouders via een toeslag tegemoet te komen in de kosten. Dat gebeurde niet. We kozen voor toeslagen, met de toeslagenaffaire als gevolg.
Het roept de vraag op hoeveel we nu uitgeven om de gevolgen daarvan te herstellen en hoeveel jaar gratis kinderopvang we voor dat geld hadden kunnen bieden. Het laat zien waarom je af en toe moet stoppen en je afvragen: hoe hebben we het eigenlijk ingericht met elkaar? Daar staat het initiatief van de Grote Vereenvoudiging eigenlijk symbool voor.”
We zijn gewend te handelen zodra iets opkomt of onder druk staat, per regel of stukje wetgeving. Hoe begroot je eigenlijk het herzien van een systeem?
“Dat vraagt om een andere manier van begroten. Soms moet je bewust tijd en geld reserveren om een systeem opnieuw te bekijken, juist op een moment dat er nog geen crisis of deadline is. Kijk naar de sociale zekerheid, die momenteel volop in de belangstelling staat.
Bij de SER zeiden we jaren geleden al dat je bepaalde regelingen eens goed zou moeten bekijken. Bijvoorbeeld hoe je mensen die hun baan verliezen zo goed mogelijk naar ander werk begeleidt, ook wel bekend als ‘van werk naar werk’. Systeemherziening werkt beter als er niet al een politiek zwaard van Damocles boven hangt. Dan kun je de tijd nemen om uit te zoeken: hoe zit het geheel in elkaar, wat levert het mensen op en hoe kunnen zij er beter doorheen komen?
Daarom is de kinderopvang zo’n goed, maar prangend voorbeeld waarin we niet de tijd hebben genomen om het systeem te herzien.”
Je bent politiek actief sinds 1984, toen begon het dereguleren te leven. In 1994 deed Balkenende een poging om ontregelen te institutionaliseren. Vanaf de eeuwwisseling geldt het voorbeeld van de kinderopvang, nu hebben we nog steeds geen plek voor systeemherziening. Waar laten we het liggen?
“Óf we willen de hele overheid in één keer vereenvoudigen, óf we sturen iemand op pad met een veel te brede opdracht. Herman Tjeenk Willink was vanaf 1982 regeringscommissaris voor de Reorganisatie van de Rijksdienst. Een wat ondankbare titel, zo zouden we zo’n functie nu waarschijnlijk niet meer noemen. Toch was het een serieus initiatief om te ontregelen. Hij kreeg de opdracht de overheid ‘efficiënter en compacter’ te maken. Maar dan rijst meteen de vraag: efficiënter hoe? Compacter wie? We moeten eerst met elkaar bepalen wanneer we vinden dat een systeem beter werkt dan nu.
Begin daarom liever klein. Kies één onderwerp en bekijk dat echt opnieuw: wat was het doel, hoe werkt het systeem nu en levert het nog steeds op wat we ermee wilden bereiken? Zo krijgen uitvoeringsorganisaties ook veel meer de kans om mee te praten.”
De politiek lijkt een actiebias te hebben: nieuwe wetgeving voelt als daadkracht, schrappen veel minder.
“Klopt! Als er iets gebeurt, willen we meteen iets doen. Voor je het weet, komt er een wet of regel bij. Naar het systeem eronder kijken we liever niet. Uit angst voor wat we tegenkomen, behandelen we systeemherziening te vaak als de doos van Pandora, die dus blijkbaar niet open mag.
De Raad voor het Openbaar Bestuur, waarvan ik tot 1 oktober voorzitter was, bracht onlangs advies uit over de verdeling van gemeentelijke middelen. Het advies is eigenlijk heel simpel: kijk periodiek opnieuw of gemeenten genoeg geld krijgen en of ze dat geld nog aan de juiste doelen wordt besteed. Dat gebeurt nu nauwelijks.”
In verschillende adviezen en publieke optredens pleit je voor een gezamenlijk beeld van wat we als overheid willen bereiken. Een duidelijke stip op de horizon. Hadden we die vroeger meer dan nu?
“Vroeger leefde iedereen veel meer binnen zijn eigen zuil. Dat gaf de samenleving een overzichtelijker structuur. Dat was niet per se beter, maar wel minder complex. Inmiddels hebben we veel meer informatie, meer politieke partijen en zijn de communicatiemiddelen enorm toegenomen. Alles gaat sneller en er wordt meer van de overheid verwacht. En als je verder kijkt dan Nederland, leven we bovendien in een periode waarin de wereld opnieuw onveiliger is geworden. Invloeden van binnenuit en van buitenaf maken de samenleving steeds complexer. Dat vraagt om een aanpak die voorbij de waan van de dag gaat.”
In De Grote Vereenvoudiging stelt de denktank voor een regeringscommissaris aan te stellen die systeemherzieningen kan aanjagen. Jij bent nu zelf regeringscommissaris. Wat maakt zo’n functie tot een succes?
“In mijn rol gaat het erom iets in de samenleving aan te jagen: bewustwording creëren en verandering teweegbrengen, zowel in de privésfeer als op het werk. Dankzij mijn mandaat kan ik daar zelfstandig mee aan de slag. Bij een regeringscommissaris voor regeldruk ligt dat denk ik anders. Die is veel sterker afhankelijk van de politiek en richt zich op verandering binnen de overheid. Zo’n commissaris heeft daarom twee dingen nodig: een heel sterke binding met het kabinet, misschien zelfs met de premier, en een heldere opdracht over wat hij of zij moet bereiken. Je vraagt je ook gelijk af: moet dat dan iemand zijn van binnen, of van buiten?”
Zijn er ook andere vormen denkbaar?
“Er zijn al veel partijen die kijken naar de verschillende systemen in ons land. Ik ben zelf voorzitter van een staatscommissie die nu kijkt naar het overheidsingrijpen bij gezinnen. We zijn in Nederland in toenemende mate gebruik gaan maken van uithuisplaatsing bij gezinnen waar het niet goed gaat. Dan moet je je afvragen: is dat terecht? Kan het ook op andere manieren? En hoe komen we eigenlijk tot zo’n conclusie? Op basis waarvan neemt een rechter die beslissing en hoe werken de organisaties die daarbij betrokken zijn?
De jeugdzorg probeert tegelijkertijd problemen meer vanuit het hele gezin te benaderen. Dat is een goed voorbeeld van hoe je een systeem onder de loep neemt.”
Een Staatscommissie Vereenvoudigen, dus?
“We hebben in Nederland een heleboel adviesorganen en je kunt dit soort vragen ook bij een van hen neerleggen. Het is dus zeker niet altijd nodig ergens een aparte club voor op te zetten. De uithuisplaatsingen zijn mede als resultaat van de toeslagenaffaire bij een staatscommissie belegd.”
Voor systeemherzieningen heb je mensen en organisaties nodig. Hoe voorkomen we dat een regeringscommissaris, staatscommissie of ander tijdelijk initiatief zelf permanent wordt?
“Dat is een goede vraag. Je moet als organisatie of als persoon in zo’n tijdelijke rol zelf alert blijven op je opdracht en niet automatisch nieuwe regels als oplossing zien. Toen ik begon met het aanpakken van seksueel grensoverschrijdend gedrag, werd al snel gezegd: ze zal wel met heel veel nieuwe wetsvoorstellen komen. Er liepen nieuwe zedenwetgeving en andere wetgevingstrajecten, bijvoorbeeld rond femicide. Die zijn ook nodig. Maar wij hebben vanaf het begin gezegd: het gaat niet alleen om wetgeving, maar vooral ook om gedragsverandering.
Nu is er bijvoorbeeld discussie over gedragscode ongewenste omgangsvormen: moet je die verplichten of niet? Uiteindelijk zien we dat steeds meer bedrijven er zelf over nadenken. Zonder die verplichting doet het gesprek over een gedragscode dus al zijn werk. Dan kan het toch zijn dat je zegt: we leggen vast dat iedereen er een moet hebben, maar de invulling laat je vrij. Dat laat zien dat je niet automatisch naar wetgeving moet grijpen.
Je moet steeds blijven kijken: wanneer is wetgeving nodig, wanneer niet en wat wil je er precies mee bereiken? En ook: kan de organisatie die ermee moet werken het uitvoeren? Dat is ook waar ik mij voor wil inzetten in de Eerste Kamer.”
Je benadrukt dat we niet voor elk probleem iets nieuws hoeven op te tuigen. Er zijn immers al organisaties die systeemfouten en kwetsbaarheden signaleren. Hoe zorgen we ervoor dat die kennis en bestaande structuren beter worden benut?
“Daar ligt nog een veel groter vraagstuk onder: hoe organiseer je meer langetermijnpolitiek? Daar zouden beide Kamers, zowel de Tweede als de Eerste Kamer, veel meer initiatief in kunnen nemen. Ik ben er voorstander van dat er bij de Eerste Kamer een ‘commissie voor de toekomst’ komt, zoals in sommige andere landen. Dan kijk je met elkaar op een niet gepolariseerde manier vooruit en denk je na over vraagstukken die van belang zijn voor onze rechtsstaat en democratie.”
Dan toch een vraag over de korte termijn. Als we morgen beginnen met De Grote Vereenvoudiging, in welke sector of met welke regel moeten we dan als eerste aan de slag?
“In de zorg zijn mensen te veel tijd kwijt aan administratie. Er is ontzettend veel papierwerk en daardoor te weinig tijd voor de patiënt. Een deel van die registratie is natuurlijk nuttig, maar een deel zit mensen in de zorg gewoon in de weg. Dat systeem moeten we goed onder de loep nemen: wat kan er weg?”