Mensen met een lagere opleiding, minder inkomen of een minder gunstige positie op de arbeidsmarkt leven gemiddeld korter en minder jaren in goede gezondheid. Deze sociaal-economische gezondheidsverschillen (SEGV) en de aanpak ervan duiken op in onderzoek, beleid en nieuws. Talloze organisaties zetten zich in voor gelijke kansen op gezondheid. Maar hoe pakken we dit aan, en wie doet nu eigenlijk wat?
Wie doet wat?
Tal van organisaties zetten zich actief in voor het verkleinen van sociaal-economische gezondheidsverschillen: van Movisie, GGD’en en gemeenten tot het RIVM, ZonMw en het Ministerie van VWS. Maar wie doet nu eigenlijk wat? Hoe ziet het speelveld van organisaties die zich hiervoor inzetten eruit? En hoe gaan zij te werk?
Met deze vragen kwam ZonMw bij De Argumentenfabriek om inzicht te krijgen in wie in Nederland op welke manier werkt aan het verkleinen van sociaal-economische gezondheidsverschillen.
Wat verstaan we onder sociaal-economische gezondheidsverschillen?
Sociaal-economische gezondheidsverschillen zijn structurele en systematische verschillen in gezondheid en levensverwachting die samenhangen met iemands sociaal-economische positie, zoals inkomen, opleiding of beroep.
Deze verschillen laten zien dat mensen in minder gunstige sociaaleconomische groepen gemiddeld korter leven, vaker chronische ziekten ontwikkelen en meer psychische klachten hebben.
Deze verschillen worden meestal gemeten aan de hand van factoren zoals opleidingsniveau, inkomen of arbeidspositie.
Steeds vaker worden hieraan aanvullende factoren toegevoegd die relevant blijken te zijn voor verschillen in gezondheid en levensverwachting, zoals de fysieke en sociale leefomgeving, gezondheidsvaardigheden, leefstijl en toegang tot voorzieningen — én de stapeling van al deze factoren.
Een veld in beweging
Wat meteen opviel? De betrokkenheid en energie. Iedereen zet zich in, maar ieder op zijn eigen manier.
Sommige organisaties richten zich op bestaanszekerheid, andere op een gezonde leefomgeving of het verbeteren van gezondheidsvaardigheden. Weer anderen werken aan beleid en systeemverandering, ontwikkelen concrete interventies of brengen kennis bijeen. Die verscheidenheid maakt het speelveld breed en rijk, maar ook complex.
Het speelveld is volop in ontwikkeling. Er is geen vaste taakverdeling of centrale regie. Daardoor is niet altijd direct duidelijk wie welke rol vervult. Juist daarom is het waardevol om overzicht te creëren. Een overzicht van alle organisaties die meedachten tijdens de sessies vind je op de kaart.
Wat alle organisaties bindt? De overtuiging dat samenwerking essentieel is om sociaal-economische gezondheidsverschillen daadwerkelijk te verkleinen. Elkaar weten te vinden is geen luxe, maar een noodzakelijke stap vooruit. Want alleen samen kunnen we het verschil maken.
Benieuwd naar de organisaties die meedachten? Bekijk de kaart en ontdek wie wat doet. Misschien is jouw organisatie wel de volgende schakel in de keten.
Een metrokaart om samen te werken
Om meer duidelijkheid te scheppen over wie wat doet en vanuit welke rol, hebben we het veld met een metrokaart in beeld gebracht.
Deze kaart toont belangrijke organisaties in Nederland die gericht werken aan het verkleinen van sociaal-economische gezondheidsverschillen. Op welke factoren richten zij zich momenteel en vanuit welke rol doen zij dat?
De metrokaart is daarmee een handzaam overzicht van een versnipperd veld in beweging én een praktische tool om de samenwerking te versterken. Organisaties kunnen elkaar gemakkelijker vinden en gezamenlijk optrekken.